267.570, dat is het officiële aantal eilanden dat Zweden telt. Terwijl we in België al blij zijn met een plekje op een drukbezet terras aan de kust, hebben ze in Zweden meer eilanden dan welk ander land ter wereld ook. Van de ruige, door de wind gepolijste granietrotsen aan de westkust tot de groene scheren van de Stockholm-archipel; de keuze is letterlijk overweldigend.
Maar het gaat niet om dat indrukwekkende getal. Het gaat om wat die eilanden met je doen. Wie voet aan wal zet op een Zweeds eiland, voelt de hartslag bijna onmiddellijk vertragen. De lucht is er net iets schoner, de stilte net iets dieper en de horizon lijkt er eindeloos. Het is de ultieme plek voor wie droomt van een leven zonder agenda, waar de enige afspraak die je hebt die met de zonsondergang is.
De luxe van absolute stilte
We leven in een wereld die altijd ‘aan’ staat. Onze telefoons trillen constant, onze agenda’s zitten tot de rand vol en zelfs op vakantie lijken we soms een checklist af te vinken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat we steeds vaker het massatoerisme links laten liggen. We willen niet langer aanschuiven voor die ene perfecte Instagram-foto tussen honderden anderen. We willen plekken die kleinschalig zijn, aan het water liggen en waar de natuur nog de baas is.
In Zweden kiezen ze voor ‘authentieke luxe’: het geluid van de wind in de dennenbomen, de geur van zilt zeewater en het besef dat de dichtstbijzijnde buur kilometers verderop zit. Het concept van ‘allemansrätten‘ (het recht van openbare toegang) speelt hier een cruciale rol. Het geeft je de vrijheid om bijna overal in de natuur te dwalen, te kamperen en bessen te plukken, zolang je de natuur maar met respect behandelt.
Die vrijheid zorgt ervoor dat je dat felbegeerde gevoel van een “eigen eiland” verrassend makkelijk kunt benaderen, ook als je geen miljonair bent. Het volstaat vaak om een kano te huren, een tentje mee te nemen en een paar kilometer weg te peddelen van de bewoonde wereld. Voor je het weet, ben je de enige mens op een lapje grond midden in het glinsterende water.
De Stockholm-archipel: 30.000 keer verwondering
Als je aan eilanden in Zweden denkt, is de kans groot dat je de beelden van de Stockholm-archipel voor je ziet. Deze skärgården strekt zich uit tot wel 60 kilometer ten oosten van de hoofdstad. Het is een fascinerende overgang: de eilanden dicht bij de stad zijn groot, bosrijk en staan vol met die typische rode houten zomerhuisjes. Hoe verder je de Oostzee op vaart, hoe kleiner en kaler de eilanden worden, tot er alleen nog maar lage rotsen overblijven waar grijze zeehonden liggen te zonnen.
Voor de klassieke ervaring neem je de boot vanaf de kade in Stockholm. Eilanden zoals Vaxholm zijn perfect voor een dagtrip, maar wie de echte stilte zoekt, vaart door naar Grinda of het autovrije Sandhamn. Hier voel je de wind in je haren en hoor je niets anders dan het geklots van het water tegen de steiger. Het is een plek waar ‘onthaasten’ geen marketingterm is, maar een natuurlijke staat van zijn. Lees hier meer over eilandhoppen in de archipel van Stockholm.
- Landsort: het zuidelijkste puntje van de archipel
- Fjäderholmerna: de eilanden het dichtst bij Stockholm
De Westkust: kreeft en zilt geluk
Helemaal aan de andere kant van het land, in de regio Bohuslän, ligt een archipel die een totaal ander karakter heeft. Geen dichte bossen hier, maar duizenden eilanden van glad gepolijst graniet. De westkust van Zweden is ruiger, zouter en heeft een onweerstaanbare maritieme charme.
Plaatsjes zoals Fjällbacka (bekend van de misdaadromans van Camilla Läckberg) en Smögen zijn in de zomer levendig en gezellig, met hun houten wandelpaden langs de vissershuisjes. Maar trek je iets verder de zee op, bijvoorbeeld naar de Väderöarna (de Weereilanden), dan kom je in een wereld terecht die wordt geregeerd door de elementen. Het is een van de zonnigste plekken van Zweden. Lees hier meer over de eilanden bij Göteborg.
Het idyllische Ven
Tussen Zweden en Denemarken, in de Sont, ligt het kleine eiland Ven. Het is een unieke plek die je het best op de fiets verkent — de iconische gele huurfietsen van het eiland zijn bijna wereldberoemd. Ven is glooiend, groen en heeft een heel eigen microklimaat.
Wat Ven zo bijzonder maakt, is de combinatie van natuur en geschiedenis. Ooit bouwde de beroemde astronoom Tycho Brahe hier zijn observatorium. Vandaag de dag is het een toevluchtsoord voor kunstenaars en levensgenieters. Terwijl je langs de kliffen fietst, heb je aan de ene kant uitzicht op de Zweedse kust en aan de andere kant zie je Denemarken liggen. Het eilandgevoel is hier heel geconcentreerd; je voelt je veilig en afgeschermd van de rest van de wereld, alsof de tijd er net iets trager tikt.
Öland, het eiland van zon en wind
Wie de lange brug bij Kalmar oversteekt, komt terecht op Öland. Dit is het op één na grootste eiland van Zweden, maar het voelt totaal anders aan dan de archipels. Öland is de favoriete zomerbestemming van de Zweedse koninklijke familie, en dat is niet zonder reden. Het eiland staat bekend om zijn unieke flora, de honderden historische windmolens en het kalksteenplateau Stora Alvaret, dat zelfs op de UNESCO-werelderfgoedlijst staat.
Op Öland ervaar je een enorme openheid. Het licht is er magisch, wat al decennia lang schilders aantrekt. Het is een plek waar je urenlang kunt wandelen zonder iemand tegen te komen.
En dan zijn er nog heel wat meer eilanden, die ik zelf ook nog uitgebreider wil ontdekken!
Maak kans op jouw eigen Zweedse eiland
Droom je na dit alles nog steeds van die ultieme ontsnapping? Visit Sweden heeft een wel heel bijzondere actie gelanceerd: Jouw Zweedse Eiland. Ze bieden vijf unieke eilanden aan waar jij een jaar lang de ‘beheerder’ van kunt worden. Geen zorgen over totale isolatie: de geselecteerde eilanden liggen op comfortabele afstand van dorpjes voor je fika en boodschappen. Je kunt je tot 17 april 2026 aanmelden via de officiële website van Visit Sweden. Een jury kiest de winnaars op basis van hun motivatie. Wie weet word jij wel de officiële eilandbeheerder van een van deze paradijsjes!
Hoe je dat eilandgevoel zelf opzoekt
Je hoeft natuurlijk geen wedstrijd te winnen om het Zweedse eilandleven te ervaren. De echte kunst is om de gebaande paden te verlaten. Hier zijn drie manieren om die “onbewoonde” sfeer zelf op te zoeken:
- Huur een stuga (hut) op een klein eiland: Er zijn duizenden particuliere zomerhuisjes die verhuurd worden. Zoek naar een plek die alleen per boot bereikbaar is. Het moment dat de taxiboot wegvaart en de motor langzaam in de verte wegsterft, is het moment dat je vakantie echt begint.
- Kano-kamperen: Vooral in de binnenmeren en langs de oostkust kun je prachtige meerdaagse tochten maken. Pak je tent en kookstelletje in en zoek elke avond je eigen eilandje op om te overnachten. In de ochtend duik je rechtstreeks vanuit je tent het kristalheldere water in.
- Ga in het voor- of naseizoen: In juli vieren de Zweden zelf massaal vakantie op de eilanden. Ga je in mei, juni of september? Dan heb je zelfs de populaire plekken vaak bijna voor jezelf. De natuur is dan op haar mooist en de rust is overweldigend.