Browsing Category:

Zweedse receptjes




Semla, de lekkernij voor de Zweedse Vette Dinsdag

Posted in Zweedse receptjes by

Mijn Zweedse Instagram-vriendjes pakken er al een paar weken mee uit: foto’s van semlor! Deze Zweedse gebakjes zien er echt heerlijk uit (en dat zijn ze ook)! Een semla eet je eigenlijk op Vette Dinsdag, een beetje zoals wij hier dan pannenkoeken eten, en worden ook Fettisdagsbullar genoemd.

Semla semlor, zweeds recept

Maar de semlor zijn zo populair (Elk jaar worden 40 miljoen semlor verkocht. Dat zijn dus ruim 4 stuks per Zweed!) dat ze elk jaar vroeger in de Zweedse bakkerijen te verkrijgen zijn. In Stockholm is er zelfs een bakkerij die enkele jaren terug een moderne wrapversie van de semla creëerde (de semmelwrap was te koop bij Tössebagariet).

Dit jaar is de combinatie van de prinsessentaart en de semla de grote trend. Die wil ik echt graag eens eten want ik ben fan van die prinsessentaartjes én van semlor dus de combinatie lijkt me helemaal de max. Ik ga me wel moeten haasten want hoewel de semlor steeds vroeger in de winkels liggen, vind je ze na Pasen nergens meer.

Wil je de semla op een traditionele manier eten, leg de semla dan in een kom en giet er warme melk rond. De Zweden noemen dit ‘hetvägg’.

Wist je trouwens dat het woordje semla van het Latijnse semila komt? Semila betekent meel van heel goede kwaliteit.

Fettisdagen

Fettisdagen is de Zweedse versie van onze Vette Dinsdag. De traditie wil dat we dan een laatste keer schransen voor we 40 dagen vasten. De Zweden eten deze dag geen pannenkoeken zoals wij maar ze eten dus de Fettisdagensbullar of semlor.  Net omwille van deze gebakjes, noemen ze deze dag ook wel eens Semmeldagen. In 2017 vindt deze dag op 28 februari plaats.

Omdat ik volop aan het aftellen ben voor ik weer voet op Zweedse bodem kan zetten, ging ik deze week alvast zelf aan de slag.

Klassiek recept voor semla

Ingrediënten

Voor de bullar

  • 75 gram boter
  • 300 ml melk
  • 10 gram gist
  • halve theelepel zout
  • 55 gram suiker
  • theelepel kaneel
  • 500 gram bloem
  • 1 ei

Voor de vulling

  • 200 gram amandelpasta
  • 120 ml melk
  • slagroom
  • poedersuiker

Bereiding

  1. Doe de melk en de boter in een pan en laat de boter smelten. Doe hier de gist bij.
  2. Meng alle droge ingrediënten in een grote kom.
  3. Giet de inhoud van de pan bij de mix in de kom en kneed gedurende vijf minuten tot je een mooi deeg hebt dat niet meer aan je vingers blijft plakken.
  4. Laat gedurende een half uur afgedekt rijzen.
  5. Kneed nu bolletjes. Hou er wel rekening mee dat het deeg nog verder zal rijzen en je de deegbolletjes dus niet te dicht op elkaar mag leggen. Daarna weer 30 minuten afgedekt laten rijzen.
  6. Verwarm ondertussen de oven op 200 graden. Afhankelijk van de grootte moet het er tussen de 10 en 25 minuten in. Uithalen en laten afkoelen.
  7. Terwijl de broodjes afkoelen, kan je beginnen met de vulling. Omdat ik geen amandelpasta vond, koos ik voor marsepein. Wel de pure vorm en niet de gekleurde versies die rond sinterklaas in de winkel ligt. Het wereldwijde web kon me niet echt verder helpen of dit nu hetzelfde was of niet.
  8. Rasp de marsepein fijn.
  9. Als de broodjes zijn afgekoeld snij je er de bovenkant af. Neem nu een vork en haal het binnenste eruit.
  10. Meng nu de marsepein, de broodkruimels en de melk tot een stevige massa. Zorg dat deze massa niet meer lopend is. Vul de broodjes hier terug mee op.
  11. Afwerken met een goede laag slagroom, hoedje er op en afwerken met poedersuiker.
  12. Smakelijk! Wil je de semla echt traditioneel eten? Doe de semla dan in een diep bord en giet er warme melk rond.

Dat het een echte caloriebom is, hoef ik niet meer te zeggen hé. Ik at er eentje als lunch (Oeps) en had ’s avonds eigenlijk nog altijd geen honger 🙂

Recept voor de beste pepparkakor!

Posted in Zweedse receptjes by

Als ik deze blogpost schrijf, tikt de regen tegen het raam. Het is echt zo’n ideale dag om thuis, onder een dekentje en met de kachel aan, gezellig te doen met een kopje warme chocolademelk en enkele pepparkakor!

Er zijn een paar zoetigheden die absoluut aan Zweden gelinkt zijn, zoals kanelbullar en pepparkakor of gemberkoekjes. Ook al eet ik het hele jaar door graag pepparkakor toch is de herfst en vooral de aanloop naar kerst het traditionele pepparkakor-moment 🙂

Je kan voor het gemak kiezen en de koekjes kopen in Ikea maar als je wil dat heel je huis heerlijk naar pepparkakor geurt, moet je zeker eens proberen van ze zelf te bakken! Het vergt een beetje planning want je laat het deeg best een dag rusten maar het resultaat is het zeker waard!

Tip: maak een grote hoeveelheid deeg en bak elke dag een paar verse koekjes. Je kan het deeg gerust enkele dagen in de koelkast bewaren. Je kan het deeg zelfs zonder problemen invriezen. Zo beperk je het gedoe van het ‘deeg maken’ maar heb je wel meerdere keren een huis dat naar gezelligheid ruikt 🙂

Pepparkakor (1)

Ingrediënten voor pepparkakor

  • 150 gram boter
  • 250 gram kristalsuiker
  • 50 gram honing
  • 100 ml water
  • 450 gram bloem
  • 1 eetlepel kaneel
  • 1 grote theelepel gember
  • 1 grote theelepel gemalen kruidnagel
  • 1 theelepel kardemom
  • zakje bakpoeder

Bereiding

Meng de boter, de kristalsuiker en de honing. Voeg daarna de kruiden en het water toe en meng er tot slot ook de bloem onder. Even stevig doorkneden en dan een nachtje, afgedekt, laten rusten in de koelkast.
Strooi een beetje bloem op het werkblad en rol het deeg vervolgens uit tot een dikte van maximum een halve centimeter. Nu kan je de kunstenaar in jezelf loslaten en er vormpjes naar eigen keuze uitdrukken. Ik koos voor minimalistische rondjes.
Verwarm de oven voor op 200 graden en laat de koekjes een vijftal minuutjes bakken. Nog even laten afkoelen op de plaat en ten aanval!

Tip: je kan de koekjes ook bewaren in een afgesloten blik. Geen zorgen over hoe lang je ze kan bewaren. Ze zijn zo lekker dat ze snel op zullen zijn!

Extra suggestie’s: je kan de koekjes versieren met glazuur of eens amandelschilfers of geconfijte gemberstukjes toevoegen. Echte Zweden eten hun pepparkaka met glögg!
Echte creatievelingen bakken met dit deeg een echt peperkoekenhuisje.

Geschiedenis van pepparkakan

Het is niet meteen duidelijk waar pepparkakor vandaan komen. De Romeinen zouden de koekjes zelfs al kennen! Ook in Engeland en Duitsland zijn de koekjes erg populair. Vermoedelijk is het gemberkoekje via Duitsland in Zweden beland.

In de 14e eeuw stond het koekje op het menu bij de bruiloft van koning Magnus Eriksson en Blanka av Namur. In de 15e eeuw zaten zelfs echt pepers in de koekjes. De nonnen van het Vadstena klooster bakten en verkochten deze koeken als medicijn. De koekjes zouden een kalmerend effect hebben en de spijsvertering helpen. Enkele eeuwen later doken de recepten voor pepparkakor op in de kookboeken. In de 18e eeuw werd het een echt ‘kerstkoekje’. Nu vind je de koekjes het hele jaar door.

Net zoals er een kanelbullens dag is, is er ook een pepparkakans dag. Deze vieren de Zweden elk jaar op 9 december.

Toprecept voor kanelbullar (kaneelbroodjes)

Posted in Zweedse receptjes by

Kanelbullar

Eén van de leuke dingen in Zweden is hun fika-moment. Hoewel ik zelf geen koffiedrinker ben (probeer dat maar eens aan een Zweed uit te leggen), hou ik wel van fika. Even bewust pauze nemen, bijpraten en genieten van wat zoets: count me in! Als ik in Zweden ben, overeet ik me altijd aan kanelbullar (letterlijk: kaneelbollen – ik vind het Nederlandse woord kaneelbroodjes zo Hollands!) en als ik terug thuis ben kan ik soms echt zo naar een kanelbulle verlangen… Om van de kardemummabullar nog te zwijgen! Maar omdat 4 oktober sinds 1999 uitgeroepen is tot Kanelbullens dag hou ik het vandaag op die lekkernijen.

Ja, Zweden hebben heel wat ‘feestdagen’ rond eten. Ik probeer het hier in de gaten te houden en je telkens het gepaste receptje te delen 😉

Maar die kanelbulle dus… Laatst kocht ik net voor ik de bus van Flygbussarna opstapte nog snel eentje in één van de bakkerijtjes van Stockholm C om ’s anderendaags als ontbijt te eten. Mijn dag begon meteen goed en de Zweden-blues werden op slag verzacht. Ik stop soms ook in Ikea, enkel om in hun koffiebar een kanelbulle te eten. Je zou dus van een soort verslaving kunnen spreken. Hoewel ik denk dat het eerder een soort Zweedse melancholie is. Speelt het verlangen naar kanelbullar teveel op en is een tripje naar Zweden of even stoppen bij Ikea geen optie, dan begin ik er zelf te bakken!

Zeggen dat het bakken van kanelbullar kinderspel is, zou gelogen zijn maar echt moeilijk is het ook niet. Ik heb ze ondertussen al meerdere keren gemaakt en verschillende receptjes uitgeprobeerd waardoor ik een eigen versie creëerde. En die deel ik graag met jullie!

Ingrediënten voor 20 kanelbullar

Ingrediënten voor het deeg

  • 300 cl melk
  • 50 gram boter
  • Verse gist (één pakje van 37 gram)
  • 800 gram bloem
  • Snuifje zout
  • 200 gram suiker

Ingrediënten voor de kaneelpasta

  • 2 eetlepels kaneel
  • 200 gram suiker
  • 50 gram boter

Ingrediënten voor de afwerking

  • Suikerparels
  • Ei

Bereiding

Kanellbullar bakken duurt eventjes. Het is nochtans niet zo veel werk maar het deeg moet een paar keer rijzen. Begin met de melk op te warmen en laat de boter hierin smelten. De melk mag niet koken! Je moet er je vinger nog in kunnen steken zonder je te verbranden 😉 Wil je echt gelijk de professionals doen en gebruik je zo’n speciale thermometer dan lees je 37 graden af.

Meng ondertussen de bloem met de gist, het suiker en het zout. Voeg hier de verwarmde melk bij en kneed tot je een glad beslag hebt.

Laat dit dan afgedekt (onder een keukenhanddoek of onder een plastiek folie) rijzen gedurende 1u. Met de deegroller rol je het deeg vervolgens tot een lange rechthoek.

Mix de ingrediënten voor de kaneelpasta goed en smeer dit uit op je deeg. Vervolgens rol je het deeg op tot je een lange worst hebt.

Snij hiervan rolletjes van ongeveer anderhalve centimeter dik. Druk deze rolletjes een klein beetje plat en laat nog eens een halfuur rijzen.

Verwarm ondertussen ook de over voor op 220 graden. Nog 12-15 minuten laten bakken en klaar!

Nog lichtjes warm zijn de kanelbullar op hun lekkerst. Je kan ze eventueel ook invriezen om later te eten maar eerlijk, vaak zijn ze hier al op nog voor ik ze in de diepvries kan steken 🙂

Fijne kanelbullens dag, iedereen!